• engelberts@engelberts-leidek.nl
  • + 31 183 30 46 91

Van leisteen tot leien

Leisteen

Zoals het woord al zegt wordt de dakbedekkingslei vervaardigd uit een gesteente. De geschiktheid van het leisteen als dakbedekkingsmateriaal komt onder andere voort uit de eigenschap dat dit gesteente van nature splijtbaar is in dunne platen. Het onstaan van het leigesteente vindt zijn oorsprong honderden miljoenen jaren terug.

Door beken en rivieren werden, vanuit de bergen, klei en fijnkorrelig zand naar de zeeƫn getransporteerd. Hier konden deze sedimenten in de rustige perioden van de aardgeschiedenis bezinken tot dikke lagen afzettingen. In de miljoenen jaren die daarop volgten zijn deze lagen steeds dieper in de aardkorst weggedrukt door nieuw aangroeiende lagen.

Met deze diepe ligging worden de lagen aan hoge druk en temperatuur blootgesteld. Gedurende de gebergte vormende perioden is op deze lagen een meer horizontaal gerichte druk komen te staan. Door deze invloeden zijn uit de aanwezige mineralen (voornamelijk klei) nieuwe, langerekte en plaatachtige kristallen ontstaan.

Tijdens dit metamorfe proces is er dus uit klei een nieuw gesteente ontstaan met grotendeels een andere mineraalinhoud en een specifieke gelaagdheid: leisteen. Leisteen heeft van nature een blauw/grijze kleur, maar door inmenging van chloriet of ijzer tijdens dit proces kan het gesteente een groenige of rood-paarsrode tint verkrijgen.

Leisteen productie

De leisteen wordt gewonnen uit mijnen en groeves in o.a. Frankrijk, Groot-Brittaniƫ, Duitsland, Spanje, Canada en Noorwegen. Een grote hoeveelheid vakmanschap en ervaring is vereist voor de keuze of een laag geschikt is voor dakleien of niet.

De bij de winning ontstane blokken gesteente worden eerst gereduceerd tot meer hanteerbare platen. Dit gebeurde vroeger op handmatige, maar tegenwoordig steeds meer machinale wijze. Deze platen worden op maat gezaagd tot leiplakken, waarna ze met de hand worden geklieft tot dunne leiplaatjes.

Als bijzonderheid worden uit de geplooide stukken kromme leien geproduceerd. Bij de dakleien worden drie hoofdvormen onderscheiden: de onregelmatige vorm, de schubvorm en de rechthoekige vorm.